donderdag 10 december 2009

Rondleiding verplicht

Het is me talloze keren door kinderen uit mijn klas gevraagd: Meester, waarom moeten we dit weten? Dat is toch al allemaal voorbij? Dan putte ik me soms wel eens uit in termen als ‘leren waarderen van wat je nu hebt in vergelijking met vroeger’, ‘leren van fouten uit het verleden’, maar meestal hadden dat soort oubollige argumenten alleen maar tot gevolg dat de kinderen de geschiedenisles nog veel saaier vonden. Geschiedenis is gewoon een leuk vak, want er is zoveel moois en interessants te melden en er is zoveel gebeurd om je over te verwonderen. Natuurlijk probeer je de kinderen ook aan te leren dat Thorbecke niet de keeper van FC Barcelona is en dat de Romeinen niet de tegenstanders in WOII waren. Feitenkennis is onontbeerlijk om daadwerkelijk een historisch besef te ontwikkelen.

Niet zo lang geleden was ik in Utrecht en had ik nog een klein uurtje over, voordat ik naar mijn volgende afspraak moest. Ik besloot om naar het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement te gaan. Ik had het geluk dat ik me kon aansluiten bij een rondleiding. Die was weliswaar al een tijdje bezig, maar dat was geen bezwaar. De gids was een jonge enthousiaste (ik vermoed) muziekgeschiedenisstudent, die er niet voor terug deinsde om als dat in zijn verhaal paste, in luid zingen uit te barsten.

Ik leerde waarom er in vergelijking met andere landen zoveel draaiorgels in Nederland zijn. Ik weet nu waar het woord smartlap vandaan komt. Ik heb vol bewondering gekeken naar de technische hoogstandjes van de peperdure en hypergeavanceerde pianola’s. Toegegeven, het zijn geen wereldschokkende feiten, maar wel feiten die ik niet snel zal vergeten. Feiten die een geschiedenisles interessant en leuk kunnen maken en die kinderen in staat stellen verbanden te leggen.

Geschiedenis is hot. Dat is te merken aan bijvoorbeeld de vele televisieprogramma’s (Andere Tijden, De Oorlog, de Grote Geschiedenisquiz). De invoering van de geschiedeniscanon is tekenend voor hoe men in de politiek en het onderwijs denkt over het belang van geschiedenisonderwijs.
Museumbezoek zou eigenlijk een onderdeel van die geschiedeniscanon moeten zijn. Maar dan niet alleen de canon van de basisschool; ook die van de pabo. Rondleiding verplicht.

http://www.museumspeelklok.nl

dinsdag 8 december 2009

What's in a name

'Het Bureau’ heeft inmiddels een flinke schare trouwe volgelingen opgebouwd, al zullen er ook talloze lezers al bij de eerste tien pagina’s zijn afgehaakt en nooit meer een exemplaar van het achtdelige levenswerk van J.J. Voskuil hebben opgepakt . Ikzelf behoor tot de eerste groep. Vaak schaterend van het lachen lees ik de gesprekken tussen Maarten Koning en zijn vrouw Nicolien, die steevast uitmonden in een knetterende ruzie. Ook de bijna schaamteloze manier waarop Voskuil de eigenaardigheden van zijn collega’s weet te omschrijven is uniek.

Maarten Koning is ‘wetenschapper’. Hij twijfelt er zelf regelmatig aan of zijn werk wel zinvol is en schaamt zich over zijn riante salaris. Al de gegevens waar hij onderzoek over doet, worden alleen maar gearchiveerd en dienen in zijn ogen geen ander doel dan het aan het werk houden van een groepje gemankeerde volksonderzoekers.

Voskuil is al een tijdje dood, maar een van de onderzoeken die ongetwijfeld in zijn boeken aan bod kwam, heeft uiteindelijk zijn beslag gekregen. Op een speciaal daarvoor ontworpen website is het mogelijk om uit te zoeken hoe vaak een bepaalde achternaam in Nederland voorkomt. Het enige dat je hoeft te doen is je achternaam typen in het daarvoor bestemde kadertje en je krijgt een kaart van Nederland voorgeschoteld, waarop je kunt zien in welk gebied de naam geregistreerd staat en hoe vaak. Uiteraard zoek je als eerste naar je eigen naam. In Berkelland komt de naam Walter inderdaad voor: de mijne. En zo te zien ben ik waarschijnlijk de enige (als er meer dan vier exemplaren zijn, wordt het getal vermeld). In Leiden zijn het er achttien. Waarschijnlijk allemaal broers, neven en ooms van me. Zo te zien heeft de familie zich in de loop der jaren redelijk netjes over Nederland verspreid.
Uiteraard zoek je verder en kom je tot aardige ontdekkingen. Zo komt de naam Smith veel meer voor dan Jones. De familie Plum heeft zich geconcentreerd rond Kerkrade. Pasternak komt voor, maar daar is ook alles mee gezegd. Er bestaan geen mensen die Vleesnat of Brombeer als achternaam hebben. De naam Brunswijk komt bijna alleen voor in de grote steden en de naam Yilderim alleen in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven (oftewel Ajax, Feyenoord en PSV).

Misschien geneerde Voskuil zich terecht. Maar of het nuttige wetenschap is of niet, het opzoeken van eigen en fictieve achternamen is in ieder geval een aardig tijdverdrijf . En ik ‘ben op de kaart gezet’, zoals dat zo mooi heet als je ineens belangrijk geworden bent.


http://www.meertens.knaw.nl

zondag 6 december 2009

Suarez heeft ook wel eens een mindere dag

Goedemorgen zaterdagmiddagvoetbalheren,

Ik weet niet hoe het met jullie is gesteld, maar mij kan je zondagochtend altijd opvegen. Allerlei spieren waarvan je normaal gesproken niet beseft dat je ze hebt, doen zeer. Over het algemeen neem je dit ongemak op de koop toe, in het besef dat je een lekkere stoeremannenpot hebt gespeeld en jouw aandeel in de overwinning hebt geleverd. Dit keer moet ik echter diep door het stof. Dit keer geen splijtende passes, oogstrelende passeerbewegingen en vlammende afstandsschoten. Dit keer alleen blunders, afzwaaiers en kolderieke buitelpartijen. Als een vijfde colonne zwierf ik over het veld. Mijn aanwezigheid in het team was een garantie voor de winst … die van de tegenstander wel te verstaan. De wetenschap staat voor een groot raadsel. Hoe komt het dat de ene keer bij elk balcontact alles in goud verandert en de andere keer in vette, kleverige modder?

Ajax: elf tegen negen spelers, twee gemiste penalty’s, een kans voor open goal missen. Suarez kan ervan meepraten. Hij heeft er misschien een verklaring voor, al heb ik het idee dat de vertaler een beetje heeft zitten slapen en zelf ook een abominabele wedstrijd achter de rug heeft.
http://www.youtube.com/watch?v=qVJTdx3Kte4

Even serieus, mannenbroeders. Als je echt een paar mooie doelpunten wilt zien, klik dan hierop: http://www.volkskrant.nl/redirect/article1323739.ece
Daar valt die ene van gisterenmiddag volledig bij in het niet, al moet gezegd worden, dat je voor een oudere jongere nog best een aardig balletje trapt, Wim.

zaterdag 5 december 2009

In your dreams

Ik heb van de week toch over Martine Bijl gedroomd! En nu loop ik al dagen te prakkiseren over het waarom. Normaal gesproken droom ik over het eerste meisje op wie ik verliefd was (wensdroom) of dat ik voor de klas sta (angstdroom) of dat ik probeer ergens naartoe te lopen en dat ik iedere keer door m’n knieën zak (ultieme angstdroom).
Nu is het niet zo dat ik Martine Bijl geen leuk mens vind. Ze mag er best wezen, het is een vrolijke tante, ze heeft gevoel voor humor en ze kan geloof ik aardig zingen, al staat me dat niet zo goed meer bij. Maar waarom ze ineens in een van m’n dromen verschijnt, is me een raadsel. Mevrouw Bijl speelt helemaal geen rol in m’n leven, en zal dat waarschijnlijk ook nooit doen.

Nu wilt u natuurlijk weten, wát ze deed in mijn droom, maar daar ga ik maar niet op in. We zullen maar zeggen, dat ik me dat niet meer kan herinneren. Ik geef toe dat als ik werkelijk de betekenis van haar verschijning wil weten, dat ik dan met de billen bloot moet, maar dat moet dan maar binnenskamers en bij iemand met een beroepsgeheim.

Overigens vind ik dromen, naast voetballen en lekker eten, een van de aangenaamste bezigheden die er zijn. Elke ochtend is dan ook de eerste vraag die G. en ik aan elkaar stellen of we leuk gedroomd hebben. Als dat het geval is, begint de dag in ieder geval met een lach, want altijd (op de incidentele angstdroom na - die vaak ook nog wel een komisch element bevat) is er wel een opmerkelijk en hilarisch detail te vermelden. Overigens heeft G. ook een beroepsgeheim, dus het heeft geen zin hierover met haar te corresponderen.

Ik heb in mijn onderwijsloopbaan een keer drie maanden met kleuters gewerkt. Elke dag begin je in de kring. Om niet elke dag weer te verzanden in oeverloze gesprekken, draag je af en toe een thema aan. Zo heb ik een keer in de groep verteld, in het kader van het onderwerp 'dromen', dat ik ’s nachts had gedroomd dat er een paard op mijn schuurdak stond (wat ook daadwerkelijk zo was, ik verzin het niet). Het was overigens niet in de sinterklaasperiode, dus die link legden de kinderen niet. Ze vonden het in al z’n eenvoud gewoon een prachtig verhaal. Maar de volgende dag heb ik het geweten. Tijdens het kringgesprek staken er meer kinderen dan normaal hun vinger op om aan te geven, dat ze iets wilden vertellen. Zo’n beetje de gehele groep had ’s nachts gedroomd van dieren op het dak. Hele veestapels trokken langs. Blijkbaar hadden de kinderen en masse gedacht dat ik ze huiswerk op had gegeven om over dieren op het dak te dromen.

Vannacht hoop ik Martine Bijl op het dak te treffen, die me gaat vertellen wat ze in mijn droom doet.

http://www.allesoverdromen.nl/

donderdag 3 december 2009

Wat geef ik m'n dochter / zoon? Een boek!

Je hoort ze weer bijna dagelijks op de radio. De reclames met: ‘Wat zullen we oma dit jaar met sinterklaas geven? Opblaasbare jubileumcijfers? Een boek! Magnetronsloffen? Een boek! Een vrijdagmiddaghamer? Een boek! Een hoestend asbakje? Wat zeg ik nou? Een boek! Geef een boek! Want van boeken krijg je nooit genoeg.

Twee keer ben ik overgegaan tot het verkopen van mijn voorraad kinderboeken. Allebei de keren op het moment dat ik spuuggenoeg had van lesgeven. De in de loop van de jaren kocht ik alle prijswinnende en jubelend besproken kinderboeken die er maar op de markt kwamen. Voorlezen is altijd een vast programmaonderdeel van mijn lesdagen geweest. Maar toen ik ineens niet meer voor de klas stond, dienden de boeken geen doel meer. Ze namen kastruimte in die ik veel beter kon gebruiken en de opbrengst van de boeken bleek een aardige aanvulling op m’n investeringsbudget.

Ik kon het niet over m’n hart verkrijgen om ze allemaal weg te doen. Er zijn namelijk behoorlijk wat kinderboeken die eigenlijk voor volwassenen bedoeld zijn. Zo heb ik alle dierenverhalen van Toon Tellegen gehouden. Pure humor, maar ook taaltoverij en diepe filosofie. Ook de boeken van Guus Kuijer (Olle, de Madeliefserie, maar vooral ‘Het boek van alle dingen’) mogen in geen boekenkast ontbreken.

Voor een onderwijsblad heb ik een keer een lijstje samengesteld van in mijn ogen essentiële kinderliteratuur. Voor wie dat artikel per ongeluk heeft gemist, een beknopt bloemlezinkje:
• Tonke Dragt: ‘De brief voor de koning’. Gekozen tot beste kinderboek van de afgelopen vijftig jaar. Avontuurlijk, spannend en ontroerend tot op de laatste pagina.
• Guus Kuijer: ‘Olle’. Over de hond van de schrijver. Laatste hoofdstuk: ik hou het niet droog.
• Toon Tellegen: de dierenverhalen. Korte A4-verhalen. Humor en diepgang. Een heel nieuw soort taalgebruik.
• John Boyne: ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Over het zoontje van een Duitse officier die zonder dat hij het beseft, naast een concentratiekamp woont. Hij sluit vriendschap met een jongetje met een gestreepte pyjama. Indringende oorlogsliteratuur, maar voor kinderen geschreven.
• Bibi Dumon Tak: ‘Laika tussen de sterren’. Korte verhalen over interessante geschiedkundige en wetenschappelijke onderwerpen, waarbij dieren een belangrijke rol spelen. Uitgegeven ter gelegenheid van een kinderboekenweek met als thema ‘dieren’.
• Roald Dahl: GVR, Matilda, Danny de wereldkampioen. Allemaal even mooi.

En nog veel meer moois. Dus als je nog even een sinterklaascadeautje moet kopen en je weet het niet meer zo goed. Geef een boek! Een boe-hoek! Want van boeken krijg je nooit genoeg.

http://www.kjoek.nl/

woensdag 2 december 2009

Ramses Shaffy, een reus geveld

Gisterenavond hoorde ik op de autoradio dat Ramses Shaffy was overleden. Op alle zenders werd ineens zijn muziek gedraaid en zijn leven bespiegeld. De mateloze, de warmbloedige, de onvoorspelbare. ‘Hij heeft de ramen opengezet in truttig Nederland’. Later op de avond Joop Admiraal op de televisie die zei, dat iedereen verliefd op hem was. In De Wereld Draait Door (leve Uitzending Gemist) gaat het alleen maar over Shaffy, beelden uit zijn sterke jaren, maar ook beelden waarin hij (tot grote boosheid van Martin Simek) als een emotionele, seniel ogende oude man wordt neergezet. NOVA, EenVandaag, RTL Boulevard, iedereen probeert een graantje mee te pikken en een originele one-liner te ontfutselen aan de geschokte Ramsesfans.

Wat mij in de auto verbaast, is het feit dat slechts luttele uren na zijn overlijden een herinneringsconcert wordt gegeven dat klinkt alsof er al weken voor gerepeteerd is. Lag er al een draaiboek klaar? Heeft iemand zijn dood zien aankomen en heeft die in een ijltempo alle zangers en zangeressen die iets in de Nederlandse muziekbusinessmelk te brokkelen hebben, opgeroepen om alvast alle teksten van Shaffyliedjes uit het hoofd te gaan leren?

Herman van Veen is na een instrumentale medley van bekende liedjes (massaal orkest, mooie arrangementen, alle toeters en bellen zijn gebruikt) de eerste die vocaal mag bijdragen aan het afscheidsconcert. Het staat me niet meer bij met welk lied. Altijd als ik Herman van Veen hoor zingen en praten vraag ik me af bij welke logopedist hij zo heeft leren spreken. Alsof hij voortdurend de lipleesprijs wil winnen. Die gedachte leidde me wat af van de inhoud van het gezongene. Daarna is het de beurt aan Willeke Alberti, en, als ik het goed gehoord heb, ook nog Frank Boeijen.

Afgezien van de bijna traditioneel wordende nationale rouwceremonies, als er een BN’er het eindige voor het eeuwige verruilt (André Hazes ligt nog vers in het geheugen), moet wel gezegd worden dat Ramses Shaffy een belangrijke muzikale betekenis heeft gehad en mooie liedjes schreef. In ieder geval meer dan Vader Abraham (zie column van enkele dagen terug) of, ik noem maar een dwarsstraat, Frans Bauer, hoe amusant de laatste soms ook uit de hoek komen kan. Maar ik kan me toch ook voorstellen, dat Ramses zelf bij het zien van dit collectieve herdenkingsceremonieel denkt: Laat me, laat me, laat me nou maar met rust.

En de mensen die echt verdriet om hem hebben, wens ik veel sterkte toe bij het dragen van dit verlies.

Een van de mooiste vertolkingen van ‘Mens, durf te leven’( het is wel geen nummer dat Ramses Shaffy heeft geschreven, maar toch een soort levensmotto) die ik ken is van Wende Snijders, een betrekkelijk nieuw fenomeen in de Nederlandse ‘lichte muziek’:

http://www.youtube.com/watch?v=pPp0I4fA6Lw

dinsdag 1 december 2009

Lijstjestijd

1 december. Tijd voor het schrijven van lijstjes. Eerst de verlanglijst voor sinterklaas, daarna de boodschappenlijst voor kerst, dan de lijst met voornemens voor 2010. Daartussendoor nog even de top 2000 voor de popliefhebbers, de klassieke top 100 voor de wat beschaafdere ouderen onder ons, en de heavy metal top 1000 voor de doven.
Maar dit keer maken we niet alleen vooruitkijklijstjes. We staan aan het eind van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw en het is een goede gewoonte van de homo sapiens om een toplijst samen te stellen van de meest in het oog lopende voorvallen van de afgelopen jaren. Ronde getallen zijn gemaakt om gevierd te worden.

SBS6 heeft geen aanleiding nodig voor het vieren van de 25 meest … (vul maar in). De 25 Meest Hilarische Verborgen Cameramomenten, de 25 Meest Hilarische TV-momenten van 2009, de 25 Leukste Oer-Hollandse Gewoontes, de 25 Meest Hilarische Imitaties Ooit.

Let op het gebruik van de hoofdletters. Voor een volgende reeks hebben ze bij SBS6 niet meer voldoende aan de beginhoofdletters en moeten ze iets anders gaan verzinnen om het nog spectaculairder en overtreffender te maken. Het gebruik van alleen uitroeptekens zal niet meer voldoen. De hele styling van de titels moet op de schop. Hilarisch is niet genoeg, ‘uitzinnig’ is het nieuwe toverwoord.

‘De 25 MEEST UITZINNIGE Neuscorrecties ALLER TIJDEN!!!’
‘De 25 MEEST UITZINNIGE Versprekingen VAN NIEUWSLEZERESSEN!!!’
‘De 25 MEEST UITZINNIGE Uit Jurken Ploepende Borsten VAN DEZE WEEK!!!’
‘De 25 MEEST UITZINNIGE Flauwe En Platte Grappen Van Paul De Leeuw DIE DE TV NET NIET HAALDEN!!!’

Ook ik kijk regelmatig terug. Herinneringen ophalen is een mooi tijdverdrijf. Het schept een band en kan je het gevoel geven, dat je niet voor niets hier op deze aarde rondloopt. Toevallig vond ik bij het zoeken naar een of ander document voor de belastingen een map met al de sinterklaasgedichten die Greet en ik voor elkaar geschreven hebben in de periode dat we nog niet van elkaar af konden blijven (het gaat nu wat beter, dank u). Bij het voorlezen van een van die verzen moest Greet zo ontzettend lachen, dat de rugpijn die haar de nacht daarvoor uit de slaap had gehouden, subiet verdween.
Hoewel onderstaande gedichten eigenlijk privé zijn, mogen volgers van dit weblog toch een kijkje nemen in de keuken van onze toen prille relatie.
Mijn top 5 (gezien de overdaad aan het materiaal volstrekt willekeurig):
5.
Sint waakt over Joost zijn charmes, en als soms – jakkieboe! -
Joostjes mondje weer eens zuurbekt, steekt Sint hem een pottertje toe. (Piet Frisbek)
4.
Sint waakt over Joost zijn charmes; manlijk schoon mag nooit verloren.
Gooit Joost zelf er met de pet naar, dan wast Sint hem beide oren.
3.
Voor mijn liefste, die zo trouw steeds daaglijks naar mijn gunsten dingt.
(‘k Mag wel hopen dat je hierna niet zo uit je giechel stinkt!)

(Het moge duidelijk zijn, dat ik in de beginperiode van onze liefde nog niet de ideale man was die ik nu ben)

2.
Dikwijls is Joost
Op zichzelf het boost
Als hij stomme blunders maakt.
Want hij raakt – oei! –
Zo in de knoei,
Als hij dubbel heeft afgespraakt.

Met stip op 1.
HET CONSULT

JOOST:
Je weet, Sint, als man ben ik heel toegewijd,
maar ik kan zo doodmoe worden van die meid.
Waarom zou ze toch aldoor maar willen?
Komt het soms door mijn volslanke billen?
Geheid, in de badkamer krijgt ze de rage;
Toch zorg ik steevast voor camouflage!
Ik draag onderbroeken per strekkende meter;
Die knellen niet zo, dus dat lijkt me veel beter.
Een onderbroek, vind ik, moet lekker ruim vallen.
Dat geeft ventilatie aan piemel en ballen.
Het zorgt ook voor warmte tegen koudjes en kwalen,
Je kunt ze per slot tot je oksels ophalen.
Sint, wil me toch raad en uitkomst geven,
Doe er iets aan, want zó heb ik geen leven.

SINT:
‘k Heb onlangs hierover met Freud nog gebeld;
Ik ben dan ook blij dat u deze vraag stelt.
Mijn motto luidt hier: kanaliseren!
Men dient steeds de lusten te sublimeren.
Wat doet men met lastige hitsige meiden?
Men moet ze als ’t ware naar ’t hogere leiden.
Moderne kunst lijkt me hier zeer geschikt:
’t Is zaak dat u op de esthetica mikt.
Ik schrijf u een broek voor in verantwoorde kleur.
Die past dan meteen in het interieur.
Zo zal zij, wanneer u halfnaakt staat te prijken,
Veeleer naar de kunstzinnige kant ervan kijken.
Zij zal u gaan zien als een mooi schilderij,
En u heeft des morgens een half uurtje vrij.
In lekentaal heet dat: voor afleiding zorgen.
Da’s dan vijftig gulden; dag meneer, goede morgen.

Ach, ik mis ze wel, al die fraaie gedichten. Gelukkig zijn de lijstjes die Greet nu elke week op donderdagavond samenstelt (de menu’s voor de komende week) net zo mooi.

Kom je er zelf niet uit, dan zijn er tal van gedichtenservicebureaus. Bij ons kosten ze €25 per stuk. Ze rijmen en lopen, bieden lach en een traan. We schrijven ze pas, als ‘t bedrag is voldaan.

Ook kun je terecht op
http://www.sinterklaasgedichten.net/